/* Your CSS Styles */
Klimaatvraagstuk

Goed onderwijs berust op wetenschappelijke feiten

Onderwijs hoort kinderen voor te bereiden op de toekomst na school. Het leert kinderen om op basis van feiten een eigen mening te vormen. Kennis over klimaatverandering, de oorzaken, de mogelijke gevolgen, en kennis over internationale klimaatverdragen en duurzame ontwikkelingsdoelen horen volgens ons daarom vast onderdeel te zijn van het curriculum. Hieronder praten we je in het kort bij over de huidige klimaatverandering en de belangrijkste internationale ontwikkelingsdoelen.

Natuurlijk heb je als docent meer kennis nodig. De Helpdesk Klimaat, onze LiveCasts, nieuwsbrieven en trainingen, ons docentennetwerk en de aanraders op onze boekenpagina kunnen je verder helpen bij het actualiseren en voorbereiden van je lessen. 

 

Klimaatverandering

Al vroeg in de negentiende eeuw ontdekten wetenschappers het broeikaseffect. Zonlicht raakt de aarde, wordt op het oppervlak deels omgezet in warmte en als infraroodstraling teruggekaatst. Nog voor 1900 werd vastgesteld dat gassen als waterdamp en koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer de teruggekaatste warmte absorberen.

Dat is nuttig: zonder het broeikaseffect zou het op aarde gemiddeld -18 ⷪC zijn, 33 graden kouder dan nu. Bovendien is koolstof een hoofdbestanddeel van het leven op aarde. Planten, van algen tot bomen, halen CO2 uit de lucht en zetten dit om in glucose en zuurstof. Bij het verteren van voedsel gebeurt het omgekeerde. Een klein deel van de koolstof komt als dood organisch materiaal in de bodem, en is in miljoenen jaren samengeperst tot steenkool en aardolie. Bij verbranding van aardolie, kolen en gas komt deze opgeslagen koolstof in grote hoeveelheden terug in de atmosfeer.

Schommelingen in de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer worden gedempt door oceanen die CO2 absorberen, maar daardoor wel zuurder worden. Als dit te snel gaat, kan niet al het zeeleven zich hieraan aanpassen.

Op dit moment stijgt de concentratie CO2 in de atmosfeer ongeveer honderd keer zo snel als aan het einde van de laatste ijstijd, en de concentratie (410 ppm in 2018) is in drie miljoen jaar niet zo hoog geweest. Van de wetenschappers onderschrijft 97% dat dit versterkte broeikaseffect grotendeels veroorzaakt wordt door de mens, met name door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing.

Bij ongewijzigd beleid zal de aarde deze eeuw hierdoor 3-5 graden Celsius opwarmen. Dit heeft grote gevolgen voor het weer, de hoeveelheid land- en poolijs, de zeespiegel, de biodiversiteit en de voedselzekerheid.

Internationale afspraken

In 2015 sloten daarom 55 landen het Akkoord van Parijs, waarin zij afspraken de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (voor 1750). Warmt de aarde meer op dan 1,5 graad, dan zijn de gevolgen onomkeerbaar: de verschillende effecten gaan elkaar versterken. Eind 2019 hadden 187 landen het akkoord geratificeerd, inclusief de Europese Unie.

Om de doelstelling te bereiken, willen de landen anders omgaan met energie, consumptie, natuurbeheer en mobiliteit. Tel daarbij op dat de wereldbevolking groeit, van minder dan 2 miljard (1900) naar 7,7 miljard (2019) naar ongeveer 10 miljard rond 2055. Dan wordt snel duidelijk dat we veel dingen op grote schaal anders moeten doen dan we altijd deden. Er wordt daarom ook wel gesproken van een ‘transitie’. De energietransitie en de omslag naar een meer circulaire economie zijn hier voorbeelden van.

De Verenigde Naties willen ook dat deze transitie eerlijk gebeurt. Het is een grote uitdaging om welvaart binnen de ecologische grenzen van de planeet te realiseren op zo’n manier dat die welvaart voor iedereen toegankelijk is. In 2015 stelden de VN zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen vast: de Sustainable Development Goals (SDG’s). Naast klimaatactie, duurzame consumptie en energie vinden we hierin ook zaken als armoedebestrijding, gezondheidszorg en kwaliteitsonderwijs.